Handmatig scherpstellen kunnen we eigenlijk alleen maar gebruiken in de studio.
Als je sneller moet fotograferen pf bij bewegende onderwerpen hebben we tegenwoordig gelukkig de beschikking over automatisch scherpstellen.
De zogenaamde autofocus is op de meeste toestellen in verschillende standen in te stellen.
Op de eerste plaats is er de one shot of single focus. Bij deze instelling wordt er iedere keer als je de sluiterknop indrukt scherpgesteld op één punt.
Op de tweede plaats hebben we de instelling die vaak AI Focus heet. Deze verlegt het focuspunt afhankelijk van waar je op richt.
Op de derde plaats is er de zogenaamde AI Servo Focus. of Continious Servo Met deze instelling wordt er continue scherpgesteld op het bewegende voorwerp.
Deze instelling is uitermate handig bij bewegende objecten. Vooral bij natuur- en sportfotografie is dit de perfecte instelling voor het scherpstellen.

Verder heb je nog de mogelijkheid om in te stellen op hoeveel punten en op welke punten de camera moet scherpstellen. Op deze manier kun je direct de compositie (regel van derden) tijdens het fotograferen goed maken. Bevinden de ogen van een persoon zich bijvoorbeeld rechtsboven, dan is het mogelijk om het scherpstelpunt daar vast te zetten.
Dit klinkt heel mooi, maar kost wel tijd en die is er vaak niet. Liever stel ik de camera vast in op het middelste scherpstelpunt. Dan klopt de compositie meestal niet helemaal omdat het onderwerp nu ook in het midden terechtkomt, maar door niet al te ver in te zoomen, kan ik later bij de nabewerking de compositie alsnog precies uitlijnen zoals gewenst.
Om deze redenen zal ik hier verder niet ingaan op de verschillende instellingen voor de autofocuspunten.

Hoe goed en snel de autofocus werkt hangt af van een aantal factoren. De hoeveelheid licht die er is, het contrast, de lichtsterkte van de lens en de kwaliteit van je camera.
Autofocussen na in- en uitzoomen kost ook altijd wat tijd omdat je camera op zoek moet naar het nieuwe scherpstelpunt, houdt daar rekening mee.

Als er minder licht aanwezig is, heeft de camera het aanzienlijk moeilijker om het juiste punt te vinden, vaak zie je dan dat je toestel een paar keer achter elkaar probeert scherp te stellen en soms lukt dat uiteindelijk niet. Dan moet je op zoek naar een nieuw mikpunt. Liefst een punt waar je wat contrast hebt. Ook hebben de meeste camera’s om dit scherpstellen te vereenvoudigen een hulpverlichting.
Vooral bij een groot diafragma (laag f-getal) heeft een autofocus het vaak moeilijk als het wat donkerder is.
Geef vooral na in- en uitzoomen de camera even de tijd om zijn scherpstelling te regelen.
Een veel gemaakte fout is dat na zoomen men te snel klikt hetgeen een onscherpe foto zal opleveren.

Rein