laag F-getal = weinig scherptediepte
hoog F-getal = meer scherptediepte.

Dit is de eerste aflevering over belichting en gaat over het diafragma. Ik probeer het allemaal zo simpel mogelijk te houden want dit is echt heel belangrijk voor het maken van creatieve foto’s. Het is af en toe wat saai, maar bedenk dat met deze kennis je foto’s net even mooier kunnen worden.
De belichting van je camera wordt door drie dingen geregeld:
– sluitertijd (hoe lang valt het licht op de sensor)
– diafragma (de grootte van het gat waar het licht door valt)
– iso (de lichtgevoeligheidsinstelling van de sensor)

Met het diafragma heb je eigenlijk de meeste invloed op hoe een foto uiteindelijk wordt.
Dit komt door de bijwerking die het veranderen van het diafragma heeft op de zogenaamde scherptediepte.
De grootte van het diafragma bepaalt hoeveel licht er op je sensor valt. Een groot diafragma zorgt voor veel licht en een klein diafragma laat maar weinig licht door.
De grootte van het diafragma wordt aangeduid met het F-getal. Om het wat moeilijker te maken betekent een laag F-getal een groot diafragma en een hoog F-getal juist een klein diafragma.

Hiernaast zie je het in beeld. Laag diafragmagetal = veel licht.
Groot diafragmagetal = weinig licht.
Dit is ook de makkelijkste manier om het te onthouden.
De samenhang tussen sluitertijd en diafragma even in het kort:
Jouw onderwerp zou goed belicht worden met een sluitertijd van 1/500 seconde en een diafragma
van f/11. kies je nu echter een diafragma van f/16 dan neemt de hoeveelheid licht met de helft af.
Dit zal dan gecompenseerd moeten worden door de sluitertijd de dubbele tijd open te laten, dus instellen op 1/250 seconde, zodat toch de gewenste hoeveelheid licht binnenkomt.
In dit voorbeeld laten we de ISO-instelling even achterwege, dat komt later.
Om je een hoop rekenwerk te besparen hebben moderne camera’s de mogelijkheid om zelf te kiezen met wat voor programma je wilt werken.
Op de automatische stand, hoef je nergens om te denken en wordt alles door de camera voor je bedacht. Een foto zal nooit mislukken op deze stand, maar echt mooi zal het zelden zijn. De bij op de bloem zal ontsiert worden door de eveneens haarscherpe flats op de achtergrond.
Dit brengt ons dan direct op het grote voordeel van werken op de diafragma voorkeuze stand: je bepaalt hiermee zelf de scherptediepte.
De diafragma voorkeuze stand wordt op de meeste canera’s op het draaiwieltje aangegeven met A (afkorting van aperture=gat=diafragma en bij Canon met Av.

Op deze stand stel jezelf het diafragma in en zal de camera dan de sluitersnelheid voor je instellen. Nu komen we dan op de bijwerking van het diafragma, de scherptediepte. Een hoog diafragmagetal was weinig licht, maar betekent ook heel veel scherptediepte.
Met F/16 zal bijna alles van voor tot achter even scherp zijn, een mooie instelling voor landschappen.
Stel je in op F/1,4, dan zal het resultaat zijn dat vrijwel alleen het punt waarop je hebt scherpgesteld haarscherp zal zijn en de rest waziger.
Een hele mooie instelling voor portretten en andere onderwerpen waarbij de achtergrond alleen maar zou storen.
Praktijktest:
Probeer eens een rijtje te fotograferen met verschillende F-getallen, terwijl je steeds scherp stelt op de eerste paal. Dan zie je dat met een lager F-getal de andere paaltjes steeds waziger zullen worden.
In het plaatje zal je een reeks F-getallen die ieder een hele stop waren (halvering of verdubbeling van de hoeveelheid ligt), bij een hoop moderne camera’s zijn deze stappen vaak uitgebreid met tussenstappen van een halve stop of nog vaker van een 1/3 stop.
Dit omdat de ISO instelling over het algemeen ook met 1/3 stop gaat.
Dan krijg je dus een reeks als bijvoorbeeld:
f/1 | f/1.1 | f/1.2 | f/1.4 | f/1.6 | f/1.8 | f/2 | f/2.2 | f/2.5 | f/2.8 | f/3.3 | f/3.5 | f/4 | f/4.5 | f/5 | f/5.6 | f/6.3 | f/7.1 | f/8 | f/9 | f/10 | f/11 | f/13 | f/14 | f/16 | f/18 | f/20 | f/22.
Dat maakt het principe niet anders, je hebt alleen nog meer invloed op je uiteindelijke resultaat.
Het was een hele hap, maar wel heel belangrijk, want als je het een paar keer geoefend hebt, merk je dat in de praktijk het werken met je camera op de diafragma voorkeuze vaak de beste keuze is. Je haal je onderwerp mooi los van de storende achtergrond.
Onthouden:
laag F-getal = weinig scherptediepte
hoog F-getal = meer scherptediepte.