Om ruimte te besparen op je geheugenkaart heeft een camera de mogelijkheid om de mate van compressie in te stellen.
Hoe meer compressie hoe kleiner het jpg-bestand wordt.
Heel mooi, want dan kunnen er lekker veel foto’s op zo’n kaartje. Compressie heeft echter één zeer groot nadeel: er gaat informatie over je opname verloren. Dat betekent onherroepelijk zichtbaar kwaliteitsverlies. Op je tablet waarschijnlijk niet te zien, maar als je zo’n foto groot aan de wand wilt hebben, valt het echt wel op.
Gezien de huidige prijzen van geheugenkaartjes is het mijns inziens niet meer nodig om je camera te laten comprimeren.
Stel je apparaat in op geen of zo weinig mogelijk compressie.
Nadat je de foto’s op je computer gezet hebt, moet je er ook nog rekening mee houden dat standaard op alle programma’s compressie van jpg-bestanden is ingeschakeld. Dat betekent dat nadat je een foto bewerkt hebt en daarna opslaat er opnieuw compressie plaats zal vinden en er daarom ook nog meer kwaliteit verloren zal gaan.

Mijn tips:
– Stel op je camera in om geen compressie te gebruiken
– Stel in je fotobewerkingsprogramma ook in om opslaan in jpg-formaat op 100% (= zonder compressie) te laten plaatsvinden
– Bewaar altijd je originele foto’s zoals ze uit de camera komen. Doe je onderweg tijdens het nabewerken iets mis, dan is het altijd mogelijk om weer terug te grijpen naar je origineel.
– Nog beter is fotograferen in RAW-formaat, maar dat is een toekomstig hoofdstuk.

Rein