Veel mensen worstelen met de instellingen van hun camera. Een modern apparaat biedt ook een groot scala aan instelmogelijkheden waarvan de benaming niet altijd duidelijk maakt wat er nu precies wordt ingesteld. En de handleiding is ontzettend dik (maar wel belangrijk).
neiwuemvmvmv

Er zijn geen vaste regels om de camera zodanig in te stellen dat hij in iedere situatie goed functioneert.
Om toch een handvat te bieden zal ik hieronder mijn basisinstellingen uitleggen Dit betreft instellingen die je vrijwel op iedere camera
terugvindt al zullen de benamingen per merk wel eens verschillen.

De eerste keuze die je maakt is het bestandsformaat. Hier kan ik alleen maar adviseren om het RAW formaat te kiezen. Dan moet je nabewerken, klopt, maar dat weegt echt op tegen de voordelen die je ervoor terugkrijgt. Belichtingsfouten en witbalans zijn achteraf te corrigeren en ook is het mogelijk om een groter contrastverschil te overbruggen. Dit laatste is een heel groot voordeel.
Alle instellingen die betrekking hebben op beeldcontrole hebben geen invloed op je RAW opname. Alleen op je LCD schermpje heeft dit invloed omdat dit namelijk een beeld is dat de camera naar JPEG omgezet heeft.
Om deze reden kun je het beste je camera op een standaardprofiel instellen zonder extra instellingen voor verscherpen, contrast, verzadiging enzovoorts. Deze instellingen veranderen niets aan je RAW opname maar zijn alleen bedoeld voor het fotograferen in JPEG en het beeld achterop je camera.
Ook maakt het niets uit hoe je de kleurruimte en witbalans zet, want dat is later in de nabewerking eenvoudig te veranderen.

Op iedere camera vind je een instelling die “ruisonderdrukking bij lange belichtingstijden” heet. Persoonlijk zet ik deze instelling altijd uit.
Het is alleen zinvol bij erg lange sluitertijden. Waarom dan toch niet gewoon standaard aan? In de aanstrand zal je camera er veel langer
over doen voordat je de volgende foto kunt maken. Dit komt omdat de camera eigenlijk twee foto’s maakt en vervolgens van die twee er weer eentje maakt. Dat kost natuurlijk veel tijd. Dus allen aanzetten als het noodzakelijk is.

Een andere instelling die ik standaard uit heb staan is “ruisonderdrukking bij hoge ISO-waardes”. Op zich een handige instelling om minder ruis te krijgen als je met hoge ISO moet fotograferen, maar een fotobewerkingsprogramma doet dit gewoon veel beter dan je camera.
Vandaar mijn advies om dit niet in te schakelen.

Alle andere opties zoals lenscorrectie, dynamisch breik en optimalisatie kunnen allemaal uitgeschakeld blijven als je in RAW fotografeert want ze beïnvloeden alleen JPEG bestanden.

De zogenaamde scène-modussen zoals macro, sport, zonsondergang en vuurwerk) vindt je alleen terug op de instapmodellen. Op de iets
duurdere types zul je deze instellingen niet terugvinden.
Het is heel verleidelijk om gebruik te naken van deze instellingen want de camera neemt dan toch een hoop werk van je over? Ja, maar het blijft
software die het voor je doet en die is per cameratype nogal eens verschillend zodat je niet echt peil kunt trekken op deze instellingen.
Bovendien verlies je het zicht op waarom je eigenlijk voor bepaalde instellingen kiest. Je leert er veel meer van om dit zelf uit te vogelen. En stap je
over op een ander model waar die instellingen niet aanwezig zijn, zou je ineens helemaal onthand zijn door het gemis van deze instellingen.
Wat doet bijvoorbeeld de sportstand? Die zorgt er gewoon voor dat je sluitertijd lekker kort is om bewegingsonscherpte te voorkomen. Nu dat wist je al en is daarom heel eenvoudig door jezelf in te stellen. Ook is goed pannen (meetrekken) in de sportstand niet goed mogelijk omdat daarvoor de sluitertijd weer veel te snel staat ingesteld.

Over de autofocus. Simpel gezegd is het het beste deze steeds handmatig in te stellen. Bij stilstaande onderwerpen op oneshot en bij bewegende
onderwerpen op continous .
Vind je dit te lastig of vergeet je toch steeds weer deze instelling toe te passen, laat hem dan gewoon op continous staan, dat kan geen kwaad.
Het is veel erger als je hem per abuis nog op oneshot hebt staan terwijl een een bewegend object probeert te fotograferen.

Sommige camera’s hebben ook een automatische instelling die het gehele gebied bekijkt en dan automatisch voor je scherpstelt op het
dichtstbijzijnde onderwerp of het onderwerp dat de camera het belangrijkste vindt. Dit is af te raden omdat we toch liever zelf bepalen waarop
we scherpstellen. Anders krijg je misschien een portret met onscherpe ogen omdat de camera voor jou scherpgesteld heeft op de kin.
Beter is het je camera in te stellen op de zogenaamde single point AF gebiedsmodus.
Dan stel jezelf in waar dit scherpstelpunt moet liggen. Met pijltjestoetsen ku je dit gebied selecteren. Zelf maak ik nooit gebruik van deze
instelmogelijkheid omdat het veel te lang duurt bij bewegende objecten om dit in te stellen. Nee ik stel de camera gewoon lekker in om in het midden scherp te stellen, dat werkt het snelste. In de nabewerking regel ik dan wel heel simpel en snel dat mijn onderwerp uit het midden komt te staan als dat niet gewenst is. Denk er wel aan om dan niet te ver in te zoomen zodat je wat ruimt hebt om te schuiven.

Een moderne camera heeft diverse instelmogelijkheden voor de manier waarop het licht gemeten wordt. Je hebt spotmeting, centrumgericht en matrix.
Wil je op veilig spelen kies dan voor matrix omdat daar het hele gebied in de meting betrokken wordt. Spotmeting meet alleen het licht in het midden
en centrumgericht zit er een beetje tussenin. Deze laatste instelling “centrumgericht” is mijn basisinstelling.

Ik ben me er van bewust dat het een lang artikel is geworden met heel veel informatie. Lees het gewoon een keer door en pak als je het de tweede keer leest vooral je camera erbij. Dan wordt er een hoop duidelijk.

Rein